Welk Vlees Voor Saté?

Welk Vlees Voor Saté
Welk vlees is het beste voor saté? – Kipfilet is uitermate geschikt voor saté ajam. In Indonesië maakt men ook gebruik van andere stukken vlees van varken, kip of geit (zelfs het vet). Voor saté padang wordt rundvlees gebruikt, bijvoorbeeld uit riblappen.

Welk vlees om saté te maken?

In Nederland zijn we er gek op: Indische saté. Meestal bestaande uit 2 of 3 stokjes met een flinke homp kip erop gespiest. Uiteraard overgoten door pindasaus en daarbovenop een stuk kroepoek. Soms best lekker, maar heel anders dan de échte saté zoals je die in Indonesië krijgt. Daar krijg je kleine stokjes met een paar stukjes vlees, geserveerd met vaak veel minder saus.

  1. Maar wel zo veel lekkerder! Het geheim van deze saté is de combinatie van kip (ajam) en varkensvlees (babi);
  2. Dit zorgt voor een heerlijk mals stokje vlees ? Serveer de stokjes met wat satésaus bij bijvoorbeeld mihoen of nasi goreng;

En vergeet uiteraard de atjar niet (ketimoen of tjampoer). Hieronder vind je het familierecept van Tim van SmaakMenutie. Snijd de knoflook en ui in grove stukjes en meng in een kommetje samen met 4 eetlepels ketjap, 1 theelepel ketoembar, 1 theelepel djahé, 1/2 theelepel djintan (komijnzaad), 1 theelepel laos, sap van een halve citroen, 1 theelepel gulu djawa (of 1 tl suiker) en 1 theelepel sambal. Meng goed door elkaar zodat een mooie marinade ontstaat. Snijd de hamlappen en kipfilet in kleine blokjes van ongeveer 1 cm. Meng de blokjes kipfilet en hamlap door de marinade. Zet nu minimaal 1 uur in de koelkast zodat alles goed kan intrekken. Hoe langer je het vlees marineert, hoe lekkerder het vlees wordt. Een uur is minimaal! Leg ondertussen de satéprikkers in koud water. Na het marineren verwijder je de grove stukjes ui en knoflook. Rijg aan elke stokje om en om een stukje kipfilet en een stukje hamlap. Ongeveer 4 à 5 stukjes per stokje. Het allerlekkerst is het om de stokjes te roosteren op de barbecue of grill. Maar het gaat ook prima in de oven. Smaakmenutie Reageer op artikel: Zo maak je echte Indische saté ajam en saté babi.

Hoeveel gram sate per persoon?

Lekkere pittig en beetje zoete kipsaté. Met 1 kilo kipfilet kun je circa 32-35 stokjes (4 per persoon bij 8 personen ) maken. Als bijgerecht bij nasi goreng bijvoorbeeld is dat voldoende. Als hoofdgerecht met stokbrood, lontong, gebakken uitjes, atjar tjampoer e.

See also:  Wanneer Is Brood Volkoren?

Kun je saté van te voren maken?

Kipsaté van de BBQ – Echt veel tijd ben je niet kwijt met het maken van deze verrukkelijke kipsaté. Waar je wel even de tijd voor moet nemen is marineren. Voor het beste resultaat marineer je namelijk de kip minimaal 1 dag van te voren. Dan kunnen de smaken goed intrekken en krijg je simpelweg het beste resultaat. .

Hoe lang moet saté in kokend water?

Algemene productinformatie – Voor de meest actuele productinformatie verwijzen we u naar de verpakking. Ingrediëntenlijst water, 28% kippenvlees (kipfilet), pinda kaas ( pinda , arachide olie), suiker, ketjap (water, melasse, suiker, zout, gemodificeerd maïszetmeel, soja saus (water, soja bonen, tarwe , zout, azijn)), weipoeder (bevat melk ), ui, plantaardige olie (raap), soja -eiwit concentraat, zout, tarwe bloem, gemodificeerd maïszetmeel, knoflook, SOJASAUS (water, SOJABONEN, TARWE, zout), maltodextrine, satémix (zout, specerijen (bevat tarwe ), dextrose, tarwe zetmeel, uipoeder, gehydrolyseerd soja -eiwit), citroensap, emulgatoren: E450, E451 en E452, natuurlijk aroma, sambal (rode pepers, zout), kruiden en specerijen, aardappelzetmeel, kleurstof: paprika-extract, specerij-extract, gekarameliseerde suiker Kan sporen van EI bevatten. Voedingswaarden

per 100g onbereid product per portie (160 gram)
Energie 717 kJ 1148 kJ
171 kcal 274 kcal
Vetten 8. 2 gram 13. 2 gram
waarvan verzadigde vetzuren 1. 4 gram 2. 3 gram
Koolhydraten 10 gram 16 gram
waarvan suikers 9. 3 gram 14. 9 gram
Vezels 1 gram 1. 6 gram
Eiwitten 14 gram 22. 4 gram
Zout 1. 3 gram 2. 08 gram

Bewaaradvies Na ontdooiing niet opnieuw invriezen. Preparation types Koken Doe inhoud van het bakje in een pan; met ca. 4 eetlepels water ca. 7 min. op middelmatige stand verwarmen. Regelmatig roeren. Het bakje is niet geschikt voor (hetelucht) oven of grill! Magnetron Prik gaatjes in de folie. Verwarm product 4 min.

“E”-nummers zijn door de EU goedgekeurde hulpstoffen. Verhouding: 36% vleessamenstelling / 64% pindasaus. Zonder kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen. bij een vermogen van 500 W. Onmiddelijk na verwarmen omroeren.

Het bakje is niet geschikt voor (hetelucht) oven of grill! Au bain-marie Gesloten verpakking 24 min. in heet (niet kokend) water leggen. Omroeren voor gebruik. Het bakje is niet geschikt voor (hetelucht) oven of grill! Allergenen Z = Zonder M = Met K = Kan sporen bevatten

glutenbevattende granen M
tarwe M
rogge Z
gerst Z
haver Z
spelt Z
khorasantarwe Z
schaaldieren Z
ei K
vis Z
pinda’s M
soja M
melk M
noten Z
amandelen Z
hazelnoten Z
walnoten Z
cashewnoten Z
pecannoten Z
paranoten Z
pistachenoten Z
macadamianoten Z
selderij Z
mosterd Z
sesam Z
sulfiet (E220 – E228) Z
lupine Z
weekdieren Z

.

Waar wordt kipsaté van gemaakt?

Saté van Ponorogo, Indonesië Saté van Singapore met pindasaus, stukjes komkommer en sjalotten Saté wordt gegrild in Sabah , Oost-Maleisië Saté is van oorsprong een Indonesisch en Maleisisch gerecht, bestaande uit drie of meer stukjes geroosterd vlees op een dunne houten spies, meestal van bamboe. De Indonesische naam ervoor is sate (soms ook sateh of satai ). In Maleisië en Singapore komt men het vaak tegen als satay. Het Indonesische/Maleisische woord sate is afgeleid van het Tamil woord catai . In het Indonesisch en Maleis hebben de meeste woorden een lichte klemtoon op de voorlaatste lettergreep, en ‘saté’ is daarop geen uitzondering.

  • Desondanks, waarschijnlijk onder invloed van woorden als ‘café’, wordt het door Nederlanders meestal uitgesproken met de klemtoon op de tweede lettergreep;
  • De klemtoon is echter in het Indonesisch niet belangrijk en de Nederlandse uitspraak klinkt in Indonesische oren heel acceptabel;

Saté wordt in Indonesië en Maleisië meestal gegeten met witte rijst ( nasi putih ) of met blokjes kleefrijst ( lontong ), ketupat (of kupat , rijst gestoomd in klapperblad), komkommer , rauwe ui of ” atjar ketimoen” (een atjar met komkommer). Over de saté wordt ook een saus gegoten, die echter niet echt lijkt op de pindasaus die men in Nederland gewend is. De bekendste zijn:

  • saté babi ( sate babi – varken )
  • saté ajam ( sate ayam – kip )
  • saté kambing ( sate kambing – geit )
  • saté udang ( sate udang – garnaal )

Ook streken en steden hebben hun eigen saté-varianten. De bekendste zijn:

  • saté Betawi ( Jakarta )
  • saté Blora ( Midden-Java )
  • saté Madura of Madoera
  • saté Padang
  • nonya saté ( Singapore en Maleisië , varkenssaté geserveerd met twee sauzen: verse ananassaus en pindasaus

Voor saté babi worden de blokjes veelal uit een schouder karbonade gesneden. Kipfilet is uitermate geschikt voor saté ajam. In Indonesië maakt men ook gebruik van andere stukken vlees van varken, kip of geit (zelfs het vet). Voor saté padang wordt rundvlees gebruikt, bijvoorbeeld uit riblappen. In Indonesië wordt saté vaak langs de kant van de weg bereid en verkocht.

Sauzen voor saté kunnen, naast de bekende pindasaus, ook gebaseerd zijn op sambal of ketjap. Naar de gebruikte soort vlees worden verschillende soorten saté onderscheiden. Saté babi (varken) vindt men vooral op Bali en in (stads)wijken waar vooral (christelijke) etnische Chinezen wonen.

Saté is een van de vele Indonesische gerechten die via de koloniale banden populair zijn geworden in Nederland.

Waar is kipsaté van gemaakt?

Wat is saté? – Saté ( sateh , spreek uit: ‘ SA-teh ‘) is een van oorsprong Indonesisch gerecht: blokjes gemarineerd vlees worden geregen aan spiesjes gemaakt van hout of bamboe. Het vlees wordt gegrild boven houtskool. De naam saté wordt soms ook gebruikt voor de pindasaus die bij de stokjes wordt geserveerd.

  1. Hoewel er een doorlopende strijd bestaat tussen Indonesië en Maleisië over wie de saté heeft uitgevonden, zijn geschiedkundigen het erover eens dat de Indonesiërs – Javanen om precies te zijn – zo’n duizend jaar geleden de eerste waren;

Niet dat de Indonesiërs zich niet hadden laten inspireren; zij keken de kunst weer af van Indiase handelaren, die het idee hadden gehaald uit het Midden-Oosten, waar men kebabs boven vuur roosterde. Saté is dus het ultieme afkijkgerecht. Het gerecht was, en is in Zuidoost-Azië nog steeds, een streetfood – waar je ook gaat, je komt karretjes en tentjes tegen waar de stokjes netjes op een rij boven een houtskoolvuurtje liggen te roosteren.

Satéstokjes kunnen verschillende soorten vlees doorboren. Het vaakst zie je varkensvlees (saté babi) en kip (saté ajam), maar ook geitenvlees (saté kambing; in Nederland vaker met lamsvlees dan met geitenvlees gemaakt trouwens), rundvlees (saté daging) en garnalen (saté oedang) smaken lekker.

In Nederlandse supermarkten en restaurants zijn ook vegetarische satéstokjes te vinden, bijvoorbeeld met blokjes tempé of quorn. Er bestaan ter plaatse ook nog vreemdere lokale varianten, zoals stokjes python- of cobrasaté. Deze delicatesse wordt gedoopt in een sausje van ketjap manis en chilipepers.

Is saté kip of varken?

Het geheim van deze saté is de combinatie van kip (ajam) en varkensvlees (babi). Dit zorgt voor een heerlijk mals stokje vlees 🙂 Serveer de stokjes met wat satésaus bij bijvoorbeeld mihoen of nasi goreng. En vergeet uiteraard de atjar niet (ketimoen of tjampoer).